dinsdag, 16 november 2010 (10:02)
Cokky Bosman, voorzitter van de Werkgeversvereniging Contactcenters (WGCC) vertegenwoordigt de facilitaire contactcenters in Nederland en reageert op de ophef, de verwijten en de plannen van Van 't Hek en NRC Handelsblad om op 1 december De Help uit te brengen: 'Een eenmalig magazine dat op vrolijke wijze de werkwijze van helpdesks blootlegt', aldus Van ’t Hek, die hoofdredacteur van de uitgave is.
'Een organisatorische tyfuszooi is. Het bereik is slecht, spooknota's worden verzonden, mensen hebben moeite om van hun abonnement af te komen, de wachttijden bij de helpdesk zijn gênant lang en het is eigenlijk misdadig dat je voor dat lange wachten ook nog eens moet betalen. En het zou leuk zijn als hij (de directievoorzitter red.) ruiterlijk zou toegeven dat deze misdaad goed georganiseerd is,' was de tekst waarmee Youp van 't Hek de T-Mobile-organisatie onlangs typeerde. Zijn klacht tégen T-Mobile richt zich in zekere zin tegen helpdesks en contactcenters in het algemeen, een industrie waarin in Nederland zo'n 120.000 mensen werken. Cokky Bosman, voorzitter van de Werkgeversvereniging Contactcenters (WGCC) vertegenwoordigt de facilitaire contactcenters in Nederland en reageert op de ophef, de verwijten en de plannen van Van 't Hek en NRC Handelsblad om op 1 december De Help uit te brengen: 'Een eenmalig magazine dat op vrolijke wijze de werkwijze van helpdesks blootlegt', aldus Van ’t Hek, die hoofdredacteur van de uitgave is.
Allereerst Wat vindt u van de ophef die is ontstaan rond T-Mobile en Youp's aantijgingen?
Bosman: 'Het zijn grote woorden, dood aan de klantenservice, misdaad, oorlog, ik weet niet of dat nu de juiste toon zet. Het zegt wel iets over het gevoel wat er is ontstaan.
Maar we moeten zeker onze ogen niet sluiten voor het maatschappelijk beeld wat hier is ontstaan. Het is goed dat het aan de kaak gesteld wordt als het niet goed gaat. Klanten zijn geëmancipeerd, kwaliteit maar ook organisaties zelf zijn publiek bezit geworden. Ik hoop alleen dat we ook oog blijven hebben voor alle zaken die heel goed geregeld zijn. Maar elke keer als er iets niet goed gaat is er eigenlijk een teveel. De huidige kritiek leert ons dat de sector er nog niet is.'
Wat vindt u van Van 't Heks initiatief om klachten te bundelen en daar iets mee te doen? Verwacht u dat zo'n uitgave iets kan toevoegen aan boeken als Kloteklanten van EJ van Bel of programma's als Radar en dergelijke?
Bosman: 'Youp is een zeer bekende Nederlander die dit gaat bundelen, daar zal altijd aandacht voor zijn. Radar-achtige programma's zullen er ook van smullen. Waar het wat mij betreft om gaat is dat de branche zich bewust wordt, of blijft, van het feit dat kwaliteit de bedrijven sterker zal maken. Elke organisatie zal steeds opnieuw moeten kijken naar haar beleid als het gaat om service en hoe dat aansluit op de behoefte in de markt.'
Hoe is de kritiek en de ophef als geheel gevallen in de contactcenter industrie? Het lijkt zo stil. Is men bang voor de moker van negatieve publiciteit?
Bosman: 'De sociale media zijn de moker in dit geval. En die is echt wel hard aangekomen. Persoonlijk denk ik dat niet iedereen bewust is van de kracht die sociale media hebben.
Maar ''if we never got lost, we'll never find new routes''. Die uitspraak is niet van mij, maar wel heel waar. En het spreekwoord ''speken is zilver, zwijgen is goud'' heeft hier een andere lading gekregen. De een wacht tot de storm een klein beetje is gaan liggen, want wat je ook zegt, de kans dat dit fout valt is natuurlijk heel groot. De ander vindt weer dat je de aanval moet kiezen. Het antwoord zal in het midden liggen. De media zoeken mensen uit de branche op, via radio, kranten, en ook sociale media uiteraard. Maar niet specifiek in de nationale media. Ook dat is van deze tijd, er is een geweldige communicatiegolf maar die is niet voor iedereen zichtbaar.'
Is de industrie van contactcenters in de afgelopen jaren tekort geschoten, valt de industrie - als geheel - iets te verwijten vindt u?
Bosman: 'Als ik de commotie zie van dit moment dan weet je één ding zeker, er wordt iets gevraagd van de sector. Het is een jonge industrie die heel hard is gegroeid de afgelopen jaren. Er werken zo'n 160.000 mensen in deze sector en per jaar doen we meer dan een miljard klantcontacten. Dat is niet mis en gelukkig gaat het overgrote deel daarvan helemaal goed. En die positieve voorbeelden komen op dit moment ook behoorlijk in de media naar voren. Alles wordt nu over één kam geschoren en dat is best wel jammer. Als ik naar de WGCC-leden kijk, de facilitaire bedrijven, die hebben een andere rol. Daar trekken we hard aan opleidingen, kwaliteit in dienstverlening, daar auditen we onze leden op. Er wordt binnen de facilitaire sector gewerkt met harde en strakke service levels agreements. Die worden opgesteld door de adverteerders en daar moet je dus absoluut performen. In de sector in het algemeen hebben we best grote stappen gemaakt, de afgelopen jaren. Kijk naar de awards die er uitgegeven worden binnen de branche, de meest klantvriendelijke bedrijven zijn net weer beloond.'
Valt het u lastig te zeggen dat het ook een geldkwestie is? Klanten die bereid zijn veel meer te betalen voor producten krijgen betere service, maar dat is aan de voorkant van een proces - bij het afsluiten, werven van een verzekering, energiecontract, telefooncontract - nauwelijks een USP die gecommuniceerd wordt.
Bosman: 'Het is gewoongoed dat we naar de beste aanbieding kijken. De consument vraagt om steeds meer kortingen, wil graag de goedkoopste weg bewandelen, logisch, dat doe ik ook. Maar dat betekent wel dat we met de klanten, consumenten moeten kijken naar een ander model. Er zal een betere balans moeten komen die toestaat dat service en de kosten die dat met zich meebrengt, beter op elkaar afgestemd zijn. Service leveren is heel normaal, dat verwacht iedereen, maar het moet ook betaalbaar blijven. En inderdaad, er zijn verschillende kwaliteitsniveaus, als je bij bedrijf X iets koopt wat heel goedkoop is, accepteer je dat je daarvoor fysiek in de rij moet staan. Koop je een hele dure auto, verwacht je ook een hoge servicegraad. En dus moeten we aan de voorkant van de koop het verwachtingspatroon gaan managen. Een belangrijke taak voor de directie en marketeers van morgen. Want dat zal zeker helpen! Ik denk dat het bedrijfsleven nu zegt: point taken! Wat mij betreft moeten we nu wel door naar de volgende fase. Dat betekent nu stoppen met kletsen, de mouwen opstropen en verder gaan.'
Dit artikel verscheen eerder in verkorte versie in MarketingTribune 19 (2010).
2 Reacties • Categorie:
Consument & Trends,
CRM,
MTXL