vrijdag, 05 oktober 2012 (10:39)
Column Ingmar de Lange
Joseph Pine en James Gilmore schreven eind vorige eeuw het boek De beleveniseconomie. Daarin stelden ze dat merken zich niet meer goed konden onderscheiden met hun producten en diensten. Het werd tijd om een nieuw element toe te voegen: de merkbelevenis. Digitale media lijken hun model echter compleet om te keren.
Eerst even de basis. De heren hadden een interessante stelling: merken evolueren zich. Ze moeten steeds een stapje extra doen om hun onderscheid te behouden.
Van grondstof naar theater
Eerst waren ruwe grondstoffen genoeg: de ene graansoort was beter dan het andere. Toen grondstoffen een gemeengoed werden, ging het om producten: wie maakt het beste brood van het graan? In de stap daarna kon iedereen goed brood maken en ging het om diensten: wie levert het brood bij je thuis? En tenslotte ging het om belevenissen: wie creëert het beste theater rond het brood?
Denk aan een bakker die niet alleen lekker brood maakt en het huis thuisbezorgd. Hij biedt ook een bijzondere belevenis. Je ziet hoe het brood wordt gekneed, ruikt hoe het vers wordt gebakken en kunt zelfs meehelpen. Starbucks toonde de potentie van deze extra stap door een nieuwe koffiebelevenis te introduceren: een kopje koffie met een thuisgevoel.
De omgekeerde volgorde
Inmiddels is het gedachtegoed van de beleveniseconomie gemeengoed. Het is zo geaccepteerd, dat het een interessante vraag is of de fasering niet moet worden omgekeerd.
Want denk even mee: veel merken creëren met apps, sociale media, tweede schermen of websites mooie belevenissen. Dus veel bakkers laten je met digitale media beleven hoe het is om brood te maken. Maar een stuk minder bakkers weten met digitale media een stap dichter naar de kern te gaan: hun servicegerichtheid vergroten. Weinigen gebruiken digitaal bijvoorbeeld om broden op bestelling te bakken. Het blijft daardoor bij vrijblijvende merkcontacten. Prima voor de lol en de likes, maar weinig bouwend aan de intrinsieke waarde van de bakker.
Cruciaal om te hebben
Nog minder merken weten de volgende stap te maken: een fundamentele koppeling van digitale media en hun product. Denk bijvoorbeeld aan bakkers waarbij je met een app zelf de samenstelling van je brood kunt bepalen. Veel digitale diensten blijven daardoor hangen in ‘leuk om te proberen’, in plaats van ‘cruciaal om te hebben’. De extra’s maken het product makkelijker, maar niet fundamenteel beter.
De volgende stap, de koppeling naar grondstoffen, wordt misschien wat abstract. Maar gesteld kan worden dat merken, die digitale media 100% beheersen, in staat zijn diensten aan te bieden die net zo elementair worden als graan: niemand kan er omheen. Denk aan een bakker die met digitale media een Just-In-Time-bakprincipe initieert dat voor de branche zo fundamenteel wordt, dat het een noodzaak blijkt voor iedere bakker. Het wordt een 'grondstof' van ieder bakkersproces.
Kortom: in het digitale tijdperk lijken de basale uitdagingen van gisteren de innovaties van vandaag.
Ingmar de Lange
Ingmar is marketingstrateeg en oprichter van Mountview. Hij heeft zich gespecialiseerd in de frisse kant van marketing. Hij wordt gedreven door het gevoel dat merken beter, mooier, authentieker en scherper kunnen zijn. Als ze zich maar consistent richten op waardecreatie. Ingmar was managing-partner van Beyond the Line / BrandBuzz (WPP). Hij richtte Mountview in 2003 op. Van 2009 tot 2010 was hij hoofd-marketing en MT-lid (interim) van Hyves. Hij geeft regelmatig lezingen en publiceerde bijvoorbeeld het veel gelezen 'A Useful Guide to the Brand Utility' en het model '24/7 Marketing on Social Media', dat door veel merken en adviseurs wordt gebruikt.
Hier vind je andere artikelen die hij schreef. Regelmatig deelt hij zijn observaties op het weblog Frislicht. En dit is zijn Twitter-account.

8 Reacties • Categorie:
Mening