dinsdag, 14 juni 2011 (8:01)

Ken jij de échte Madmen van de Nederlandse reclamewereld?

Columnist van MarketingTribune, Arjan in't Veld, start voor een interviewserie een zoektocht naar de tien échte Nederlandse Madmen. Lees zijn motivatie en help hem mee.


 
Toen ik met mijn bureau begon kreeg ik hulp van een art-director die net voor zichzelf was begonnen. Hij: tegen de 50 en veel bureau-ervaring, ik: net uit de collegebanken en wist nauwelijks wat een briefing was. Ik vond vooral de verhalen heel leerzaam. Over campagnes die ik me niet of nog maar amper kon herinneren en over bureaus met afkortingen waar ik nog nooit van had gehoord. Ik maakte dankbaar gebruik van zijn ervaring.

Mijn eerste échte compagnon was al 65 toen we samen begonnen, we scheelden 41 jaar in leeftijd. Hij liet me eens de kartonnen zien die hij koesterde op zijn zelfbenoemde 'reclamezolder'. Een prachtig tijdsbeeld en soms nog treffend actueel. In een uur flitsten de jaren '70, '80 en '90 letterlijk voorbij. Een inspiratiebron van heb ik jou daar. Natuurlijk is marketing en communicatie iets van het heden, maar met een roemrijk verleden om dankbaar uit te putten. Een verleden dat we soms een beetje vergeten.
 
Het verleden is soms heel dichtbij
In mijn dagelijkse praktijk is dat verleden overigens niet zo ver weg. De doelgroep vijftigers en zestigers waar ik voor mag werken is opgegroeid in de jaren '60 en '70 en '80 en juist door deze reclamemannen van weleer jarenlang bediend. Zij waren het die de babyboomers en hun ouders ooit vertelden dat Lucky Strikes gezond waren, het Giroblauw bij jou lieten passen, ons Paturain fijn wilden laten vinden en bij monde van Joris Driepinter de melk aanprezen. En vanaf 1984 Kees Brusse het alom bekende Zwitserleven gevoel succesvol lieten promoten. Ga zo maar door. Klassiekers, zonder twijfel, maar nog vers in het geheugen van velen. In onderzoeken die we doen wordt vaak aan die herinneringen gerefereerd of er bewust naar gevraagd.
 
Madmen en het Reclamearsenaal
Ik ben om die reden groot fan van de Amerikaanse MadMen series, over het reclamische New York van de jaren '50 en '60 aan Madison Avenue, en bezocht meermalen het Reclamearsenaal om die prachtige campagnes van weleer te bekijken. En vraag me dan vaak wie de geestelijk vader is geweest, wat men met de campagne heeft bedoeld en hoe die in het toen heersende tijdsbeeld past. Sommige campagnes begrijpen we nu niet, terwijl ze toen blijkbaar 'spot on'  en 'recht tussen de oren' waren. Het blijft me boeien. En velen met mij.
 
Nederlandse reclamemakers van het eerste uur
Twee aanleidingen voor het starten van een zoektocht naar de Nederlandse MadMen. De mannen en vrouwen die in de jaren '60 en begin jaren '70 de reclamewereld in Nederland domineerden. Wie zijn zij? Wat doen zij nu? Hoe kijken ze tegen de reclamewereld van vandaag de dag aan en wat zijn de leukste en mooiste campagnes die zij ooit maakten? En kunnen we daar nog wat van opsteken? De reclamemakers van het eerste uur. Die nu inmiddels dik in de 70 of 80 zijn. Een soort "Hoe is het toch met...?", maar dan in ons eigen vakgebied. 
 
Help mee met een mooie zoektocht
De meest voor de hand liggende is Giep Franzen, bedacht ik, die in 1962 aan de wieg stond van wat later FHV werd en nu FHV/BBDO is. En via via kwamen namen als Ko Touw, Malcolm Parker Brady en Paul Mertz naar boven. De laatste nog steeds actief. Sommige genoemde tijdsiconen bleken helaas niet meer onder ons. Andere pas beroemd uit de jaren '80 of '90 of minder pominent.
 
Deze maken samen dus nog geen top 10, laat staan 10 mooie interviewportretten van Nederlandse MadMen. Weet jij er nog meer? Laat het me weten. Via Twitter, mail of in de commentaren hieronder. Beloning is mijn grote dank. 
 
Arjan in't Veld
Arjan in't Veld ( Twitter @arjanintveld ) is oprichter/directeur van Bureauvijftig: specialist in 50+ marketing en communicatie. Bureauvijftig helpt organisaties 50-plus doelgroepen op de juiste manier te bereiken.

4 Reacties • Categorie: Reclame & Media, MTXL Bookmark and Share

Reacties

Marja Ruigrok vrijdag, 17 juni 2011, 14:46

Wat dacht je van Rob Sikkink? Hierbij nog een verhaal van zijn hand. Weliswaar uit de jaren 70, maar ik krijg er een enorm MadMan-gevoel bij….
Marja Ruigrok

Blue heaven.

In de laat jaren zeventig, zo rond 1978, mocht ik van Lintas naar New York. Een hele eer.

Op naar het mekka van de advertising Madison Avenue New York

Want daar bivakkeerde in een hoog gebouw de nieuwe partner van mijn bureau, SSC&B genaamd.

Er werkte ongeveer zo’n 1500 mannen en vrouwen.

Niet erg groot voor Amerikaanse begrippen want een paar blokken verderop zat BBDO met 2500mensen.

Ik vond het niet te geloven zo groot. Lintas was voor Nederlandse begrippen een erg groot bureau, er werkte daar wel 160 man.

De reden waarom ik daar was kwam door Unilever, die wilde voet aan de grond hebben in de USA en wilde daarom ook daar een bureau hebben.

Kennismaken, handen schudden, presentaties meemaken, methode van werken bestuderen, en bovenal met je nieuwe collegae praten en uitgaan.

Kortom, niet echt vervelend. Secretaressen op de gang. Erg vreemd. Veel leren en opsteken en kijken. Vooral veel kijken.

New York in die tijd was magisch en de plek voor advertising in de wereld.

Marja Ruigrok vrijdag, 17 juni 2011, 14:47

deel twee verhaal:

En niet alleen voor advertising, je bek viel open als Rotterdammertje.

Zaken doen en geld verdienen, wat een power straalde die stad uit. 24uur doorstampen. Geen oog dicht.

Ik logeerde in een hotel vlak bij het Centralpark, groot uiteraard, waar mensen ook ontbeten op weg naar hun werk. Niemand ontbijt thuis in New York.

Papieren zakken met take away coffee zag je ze allemaal mee rond lopen want op de zaak moet je lang wachten voordat je koffie krijgt.

Een merkwaardig fenomeen toen in mijn ogen. Ik was de koffie in de kantine gewend en van de koffiejuffrouw met haar karretje vroeg in de morgen.

Wie ontbijt er nou niet thuis en neemt z’n koffie mee naar de zaak?

New York kwam me bekend voor maar dat kwam door de vele films en tv-series die ik gezien had, vond het alleen groter en hoger.

Het leek wel een groot filmdecor. Voor dat je het wist kon je zo maar terecht komen in een of andere serie.

De wereld van Don Draper, maar inmiddels wel wat professioneler geworden maar ze zagen er eigenlijk nog precies zo uit.

Van de jaren zeventig waren de reclameboys niet van onder de indruk geraakt qua kleding. Iets langer haar en een snor kwam je wel tegen.

Maar nog steeds strak in het pak en de meiden altijd een extra panty in het handtasje.

In tegenstelling hoe er in Europa gewerkt werd was het hier nog steeds ouderwets opgezet.

De copywriters en de art directors zaten dus niet samen in een kamer maar waren gescheiden door een etage. En konden op afroep aan elkaar gekoppeld worden.

Dat bepaalde de creative director. Nota bene kwam het idee om art en copy bij elkaar te zetten van een Amerikaans bureau. DDB.

Hoe belangrijker je werd hoe meer je naar de buitenkant van het gebouw kon verhuizen en hoe groter je kamer.

Was je nog een onbetekenend ventje zat je mooi in een soort hondenhok met een laag muurtje tegen de liftschacht aangeplakt en zag je zelden of nooit het daglicht.

Tikkie Spartaans vond ik.

De vicepresident (dat waren er veel) of creative directors (ook veel) hadden een kamer aan de raamkant, en had je het helemaal gemaakt kon je beschikken over een hoekkamer.

Als je hoger op de ladder kwam als creative director werd je vicepresident. Keek ik in het begin tegen op maar had al snel door dat het ook geen fuck voorstelde.

Pas als je in de board zat had je wat in de melk te brokkelen. En verdiende je smakken met geld.

Presentaties aan klanten leken wel cabaret stukjes en waren van te voren tot in den treuren ingestudeerd.

Wanneer maak jij een grap (allemaal lachen) en vertel jij iets over je hobby waarvan je weet dat de ceo van de klant die ook heeft, van die dingen dus.

Degelijk research voor de uiteindelijk show. Strak gebeitelde presentaties met weinig speel ruimte.

Ik mocht bij dit soort presentatie aanwezig zijn maar meer als toehoorder. Was ook helemaal niet van plan om maar een opmerking te maken. Keek wel uit.

De voorstelling liep ook zoals ze het gepland hadden. De klant blij, iedereen blij, budget ook iets om blij van te worden.         

Bedragen waar je van duizelde als je het vergeleek met wat wij in Nederland te besteden hadden.

Ik vond trouwens dat ze niet erg hard werkten, ze maakten wel veel uren maar hard werken ho maar. Veel gepraat.

Elke avond naar een vaste tent waar ik steevast een bacootje dronk, en achter de meiden aan zat. Erg veel gezien zoals ik al zei.

Marja Ruigrok vrijdag, 17 juni 2011, 14:50

deel drie:
Bloomingdales, Sachs Fifth Avenue, Henri Bendel, Barneys, Brooks Brothers, kortom winkels en warenhuizen om je vingers bij af te likken. Het kon niet op. Time Square met zijn giga neon en andere reclame uitingen, allemaal dingen die je in Europa nooit zou zien. Plus vijftig tv kanalen waar je uit kon kiezen als je gesloopt in je bed lag. American football, ijshockey, baseball, boksen, paardenraces etc.  Maar blijven kijken. Lasogen kreeg ik er van.

Echt een New York joodse tent gerund door oost Europese joden die met een mix van Jiddisch en Engels spraken. Ik was met een groep mannen en vrouwen gekomen uit diverse Europese landen, overal waar Lintas een vestiging had. We waren allemaal opgesplitst in kleine groepjes van vier. Logeerde ook allemaal in het zelfde hotel. Elke morgen zag je ook allemaal van die gesloopte hoofden aan het ontbijt. Het werd met de dag erge, haha!

Ik trok veel op met de creative directeur van Lintas Hamburg, aardige vent. Met hem kon ik mijn verbazing delen over alles wat ik meemaakte en vice versa. We zaten natuurlijk wel midden in het kapitalistisch hart van Amerika, totaal andere koek dan ons keurige socialistische landje. Hier was het leven hard en moest je voor jezelf zorgen, If you can make it here zong Frank Sinatra in New York New York, tja, dan kan je het overal wel maken.

Dat geloof ik ook wel maar of Amerika ons grote voorbeeld moest gaan worden kreeg ik terplekke ernstige twijfels over. Snoei harde maatschappij. Met enorme verschillen maar niemand bij dat bureau vond dat vreemd. Ze keken je met grote ogen aan als je met ze sprak over onze sociale voorzieningen.

Hun bek viel open als je vertelde dat je in ons land niet zomaar ontslagen kon worden en dat je drie weken vakantie hebt. Zij kregen een week en dan moest je wel in contact blijven met de zaak want je kon zo terug geroepen worden. Nee, het was hier echt wel anders. Vrijdag met weekend gaan en de maandag daarop de kans lopen dat je ontslagen was en niet terug hoefde te komen.

Zo gaat dat in Amerika. Het werd een slijtage slag die anderhalve week, mijn conditie leed erg onder New York. Uitgaan, drinken, scherp blijven, bijna niet slapen, zonde van de tijd mis je veel te veel. Logisch. Viel af en toe van mijn stoel af tijdens presentaties van vermoeidheid en slaap tekort, wat niet erg verstandig was want ik moest wel rapporteren wat ik allemaal opgestoken had bij mijn terugkomst. De laatste dag brak aan en ik werd uitgenodigd om kennis te maken met de grote baas.

Sullivan genaamd, een van de ssen van SSC&B. Hij woonde in het penthouse boven het bureau en had een aparte lift, speciaal voor hem. Met een eigen liftboy natuurlijk. Toen ik de liftdeuren open gingen stonden er allemaal mensen klaar om mij te ontvangen. De inrichting was een soort neogotiek. Vreselijk lelijk met hier en daar van die grote boekenkisten. Het geheel was nogal smakeloos poenerig. Links en recht stonden in de hal mannen en vrouwen. Een tweetal verpleegsters zag ik zo gauw en een chauffeur met pet, de jongste bediende etc. O ja, bijna vergeten eigen koks.

Kortom een batterij met mensen die in dienst waren voor die ene meneer Sullivan. Het kan ook Stauffer geweest zijn, de andere s in de naam. Wat maakt het uit. Ik werd rond geleid en werd uiteindelijk aangekondigd bij “the man”, die toen ik binnenkwam achter zijn bureau zat zogenaamd te werken denk ik.

Hij was al redelijk oud vond ik, zo tegen de zeventig had ik het idee. Handen schudden en good to see you en nice meeting you sir begon hij een verhaal af te steken waarom ze zo groot waren geworden en hoe enorm succesvol ze waren en dat het samengaan met Lintas de kroon op zijn werk was.Je kon zowat over heel New York kijken zo hoog was het. Kijk gerust om je heen sprak hij, en wees me op een paar details van de stad. Je kon prachtig Hudson zien liggen.

Zonder de Hollanders zat ik hier niet sprak hij glimlachend verwijzend naar de historie van New York. Er stond een enorme verrekijker voor het raam en Sullivan/ Stauffer nodigde mij uit om er door heen te kijken want zo kon je mooi zien welk eilandje hij gekocht had voor zijn zeilboot.

En inderdaad daar lag een kanjer van een zeilschip, met personeel uiteraard, aangemeerd op een piepklein eilandje met en soort huisje erop. Dat is nog een kapitalisme dacht ik, niet te geloven. Walgelijk. Een eilandje kopen, voor jezelf!  Wie doet nou zoiets.

Marja Ruigrok vrijdag, 17 juni 2011, 14:50

laatste stukje:
Afijn, alles bij elkaar duurde het nog geen half uur en zijn tijd was om, gelukkig maar, want zo interessant was die man niet echt. Had niet het idee gekregen dat hij ooit een campagne gemaakt had.  Dus weer handen schudden en nice meeting you Rob/Bob, Amerikanen zeg altijd Bob schijnbaar als je Robert of Rob heet.

En daar ging ik weer de lift in. Nog even wierp ik een blik in de gang voor dat de koperen liftdeuren zich sloten en ontwaarde ik nog net een schoenenpoetser die bezig was de stiefels van de president te poetsen. 

Nu begreep ik pas waarom ze het de blue heaven noemde beneden. Ik dacht vanwege de hoogte maar nee, alles was blauw getint tot en met het tapijt toe. Wat zo hoogpolig was dat je echt je voeten moest optillen tijdens het lopen.

Van de presentatie van mij terug in Rotterdam kwam geen moer terecht. Had ook niet het idee dat men daarop zat te wachten. Maar inmiddels was SSC&B: Lintas Worldwide een feit geworden. See you, nice meeting you.

Reageren

Smileys

Onthoud mijn persoonlijke informatie

Stuur mij een mail bij een nieuwe reactie

Submit the word you see below:


Pagina 1 van 1