[column] Zomer: auto in, dak open

[column] Zomer: auto in, dak open
  • Algemeen
  • 14 jul 2020 @ 11:02
  • 16960 x gelezen
  • Link
  • Jos van den Bergh
    Jos van den Bergh

    zelfstandig marketingadviseur
  • Automotive

Na een mooi voorjaar zijn we inmiddels al een paar weken in de zomer aangeland. De ultieme tijd van het jaar om met open dakje te rijden. Maar waar is nog een betaalbare cabrio te scoren?

De zomer is een periode waarin het stoffen kapje vaker omlaag dan omhoog zit en ook de tijd waarin we maximaal genieten van de dakloze auto. De populariteit van de cabriolet werd mij recentelijk weer gewaar toen een al jaren bewust dakloos rijdende vriendin mij onlangs vroeg: “Waarom worden er eigenlijk bijna geen betaalbare cabriolets meer gebouwd?”

 

Een vraag die mij aan het denken zette, want inderdaad loopt het aantal betaalbare cabrio’s snel terug. En dat terwijl er vanuit de markt zeker niet minder vraag naar open auto’s met een aantrekkelijk prijskaartje is. Sterker nog: de steekproef is N=1, maar er lijkt juist steeds meer vraag naar open rijden te zijn. De prijzen van nieuwe cabriomodellen zijn echter behoorlijk gestegen over de laatste jaren. Niet alleen door de belastingen, maar zeker ook omdat bijna alle open modellen een segment naar boven zijn opgeschoven. In elk geval qua pricing. Deze week in MarktetingTribune daarom eens tijd nader te kijken naar het begrip betaalbare cabriolet. Kunnen we nog in de zon rijden voor weinig?

 

Vanaf februari

In de zon rijden is heerlijk. Om daar maar eens mee te beginnen, ik snap de verstokte cabrioletrijders helemaal. Niets is heerlijker dan open rijden, de zon op het hoofd te laten schijnen en de wind door je haren te laten wapperen. Het ultieme gevoel van vrijheid. Open rijden is gewoon een feest en het kan al – ook eigen ervaring – vanaf februari. Gewoon de kachel aan en zorgen dat de wind over de auto stroomt en niet in de auto slaat. Ramen dicht of een windscherm helpt daarbij enorm. In mijn persoonlijke autocarrière heb ik er ook bijna altijd een open auto bij gehad. Sterker nog, mijn eerste auto’s waren Eenden, ik heb het vast eerder op deze plek opgeschreven. En het linnen roldak van een Eend kan vanaf een zonnige februari-dag prima open. Gewoon het winterkapje op de grille, de kachel aan (stand warm of koud is de enige keuze) en de klapraampjes nog even dicht houden. Eend rijden in de februarizon is al geweldig, maar in de zomer zonder dak over de Franse routes départementales zoeven lijkt zo ongeveer de hemel op aarde.

Kortom, ook ik ben best fan van open rijden en de afwijking die ik aan dit gevoel heb overgehouden is het verplichte schuifdak in mijn andere (normale) auto’s. Geen auto zonder open dak voor mij.

In mijn Peugeot tijd  kwam ik opnieuw royaal in aanraking met cabriolets. Een van mijn eerste introducties bij het merk uit Sochaux was de toen briljante en door iedereen bejubelde 206 CC. Een Coupé-Cabriolet van de succesvolle 206 waarvan het harde dak met een druk op de knop verzonk in de achterklep. Aandacht bij het tankstation gegarandeerd als je daar voor de pomp het dak liet zakken en verder open ging rijden. Het mooie van de 206 was dat deze CC open rijden bereikbaar maakte voor een grote groep mensen. In de beginjaren resulteerde deze populariteit ook in enorme wachttijden, hetgeen de magie rond deze compacte Coupé Cabriolet alleen maar groter maakte. Hoe dan ook vond ik het in deze periode - we hebben het over de jaren 2001 en 2002 - heerlijk om weer eens een tijdje open te rijden. Het bevestigde mijn gevoel dat cabrio rijden een kadootje is. Een presentje dat toen maar voor net iets meer dan 20.000 euro te koop was en daarbij ook met het 138 pk sterke 206 GTi-blok te krijgen was. De smaakmaker van het 206CC-gamma. Bereikbare investeringen die twee-nul-zessen met prijskaartjes waarvoor je nu een aardige, maar toch wat saaie B-segment hatchback koopt.

 

In 2003 kwam vervolgens de 307 CC. De auto werd geïntroduceerd in de basiliek van het Zuid-Franse Saint-Maximin-La-Sainte-Baume, één van de gotische hoogtepunten van Zuid-Frankrijk. Een regio waar deze naar de blauwe hemel rijkende bouwkunst aanzienlijk minder goed vertegenwoordigd is dan in het Noord-Franse Picardië, maar wel de ultieme plek om een auto als de 307 Coupé Cabriolet te introduceren. Ik herinner mij de routes van de persintroductie door de wijngaarden van de Provence, maar nog meer maakte de auto zelf indruk. Een volwassen vierpersoonsmiddenklasser met klapdak, fraai leder waar je ook keek en een door het hoge gewicht zeer solide wegligging. Het was toen wederom genieten in de oktoberzon. Pers, dealers en consumenten waren er daarbij van overtuigd dat dit vier persoons coupé-cabriolet-concept auto een gouden toekomst zou hebben. Met een hard dak geen risico op schade, maximaal comfort, zowel open als dicht en een volwaardige vierpersoonsauto met alle uitrusting die je als consument in een auto zoekt. De vierzitter Coupé-Cabriolet bracht alles bij elkaar wat een consument eind 2003 in een auto zocht. Altijd durend succes op de agenda van de fabrikanten.

 

Exit Coupé Cabriolet

En toch zijn de Coupé Cabriolets weer net zo snel van het toneel verdwenen als dat deze alleskunners zijn gekomen. Alle voordelen en mooie joie de vivre-reclamecampagnes ten spijt. Al weer enkele jaren is er een duidelijke trend naar stoffen daken waarneembaar. Goedkoper, lichter, authentieker en vaak qua design ook mooier zeggen ze. En met ‘ze’ bedoel ik de designers. De tekenaars die misschien toch nog wel een beetje dromen van de impact van de klapdak-vondst, alhoewel qua esthetiek meestal toch wat uit proportie. De hard-dak-cabrio’s zijn vervolgens stuk voor stuk niet vervangen. Na de 207 kwam er geen 208 met open dak meer, ook de Mégane CC van Renault werd na twee generaties niet langer op de prijslijst gezet en de Volkswagen EOS moest eveneens het veld ruimen. Voor een Golf met stoffen dak welteverstaan, terug bij af. Maar dan wel naar een Golf die je met het aanvinken van de leuke opties zonder enig probleem tot een indrukwekkende rijklaarprijs kunt opwaarderen. Open rijden heeft zo een nieuwe prijs. Het Golfje uit de jaren ’80, met z’n smalle achterlichten die met vrijwel ongewijzigd design een paar generaties van de Golf Hatchback overleefde, is qua pricing zo een aantal categorieën opgeschoven en daarmee minder gemakkelijk bereikbaar geworden.

 

Ook bij de Duitse premiummerken koop je niet snel meer een goedkope cabriolet. De open varianten worden op een enkele uitzondering op C- en D-segment auto’s gebaseerd en met de nodige luxe opties schiet de prijs al snel ver over de 50 mille in euro’s heen. Bij sommige premium cabrio’s kun je zonder enig probleem de vanafprijs verdubbelen met het toevoegen van lekker optiespul. Uitrusting die vervolgens in een jaar of drie 100% afschrijft en deze premium cabrio’s als occasion niet te versmaden maakt. Maar goed, dat is voor een gebruikt exemplaar. De nieuwe cabriolets zijn gewoon best prijzig geworden. Sparen dus voordat je rijdend van de zon kunt genieten. Bij de Fransen lukt open rijden sowieso bijna niet meer. Er zijn niet langer CC’s bij de Parijse autohuizen te koop en de Renault Wind, een cool roadster modelletje op basis van de Twingo met een vindingrijk klapdakje, werd vroegtijdig uit productie genomen. Als je er nog één ziet rijden is het vrijwel altijd een ex-dealerauto of Duitse import en het kan zo maar zijn dat een flink deel van wie deze column leest deze Renault niet meer kent. Een zeldzaamheid die Wind. Wel een leuke.

 

Ook de C3 Pluriel werd nooit vervangen voor een nieuw creatief ‘plein air-model’ en de elektrische Méhari van nu is qua aantallen heel beperkt op straat gekomen. En niet alleen bij de Fransen loopt de uitverkoop van cabriolets volop, ook bij de Japanners is het zoeken naar een speld in de hooiberg voor een open auto. In Korea idem dito, eveneens weinig of geen open spul in de prijslijsten daar. Nee, als je betaalbaar open wilt rijden kom je anno 2020 al snel bij de Fiat 500 uit of moet je door naar Mini, waar de meest kale versie net geen dertig mille in euro’s kost. Binnenkort is de Fiat er ook als elektrische cabrio trouwens en kun je dus ook schoon plus stil open gaan rijden. Een vondst waarop veel andere merken jaloers zullen zijn, want Fiat levert ‘m vast weer voor een uiterst competitieve prijs.

 

Gewicht is uitstoot en dat past niet in de richtlijnen die Europa voor de industrie heeft bedacht. En daarmee betekende de regelgeving dus een doodvonnis voor de hard-dak cabriolet

 

Ongetemde vrijheid

De oorzaak dat er zo weinig betaalbare cabriolets zijn overgebleven ligt bij de uitdagingen waarmee de auto-industrie te kampen heeft. Ten eerste moet de totale CO2-uitstoot rap omlaag. Dat betekent dat zware Coupé-Cabriolets waarbij ook nog eens weinig ruimte voor alternatieve aandrijflijnen overblijft niet langer haalbaar waren. Gewicht is uitstoot en dat past niet in de richtlijnen die Europa voor de industrie heeft bedacht. En daarmee betekende de regelgeving dus een doodvonnis voor de hard-dak cabriolet. Alleskunner of niet.

 

Een tweede reden dat er weinig goedkope cabriolets gebouwd worden is de noodzaak voor de automerken om geld te verdienen. De auto-industrie is met name een volume-industrie en cabriolets verkopen in beperktere aantallen dan vijfdeurs hatchbacks of compacte SUV’s. Hoe meer volume van een bepaald model, hoe verder geoptimaliseerd de inkoopcondities zijn en hoe beter het verdienmodel wordt. En marge is winst en daarop rekenen de aandeelhouders de industrie af. Nu het vanwege Corona minder goed gaat, zal de efficiency bij de autofabrikanten nog verder worden opgevoerd.

Dat betekent dat merken terug gaan naar hun core modellen en er geen enkel risico genomen wordt met een of andere exotische variant

En cabriolets zijn exoten. Ze worden vanwege de verplichte hang naar efficiency daarom gediskwalificeerd van deelname aan de automarkt. Natuurlijk is de marge op een cabriolet best goed, de ontwikkeling van een open versie kost echter handenvol geld. Want met alleen een zaag in het dak ben je er niet. De hele stijfheid van een open versie moet worden aangepast en dat betekent veel reken- en ontwikkelwerk om de open-dak versie niet in elke bocht te laten piepen en kraken. De ontwikkeling van de cabriolet-modellen is dus een kostbaar en tijdrovend proces. Anno 2020 kun je als generalistische autofabrikant daarom beter je geld in een B-klasse SUV steken en als premiummerk investeer je vooral in exoten waarop buitensporige marges gemaakt kunnen worden. Het hogere of zelfs het absolute topsegment dus.

De CO2-wetgeving en de te behalen marges zorgen er dus voor dat er relatief weinig goedkope cabriolets overgebleven zijn. Nu de industrie verder moet bezuinigen om de efficiency weer op het juiste niveau te krijgen en daarnaast ook nog eens worstelt met belangrijke dossiers zoals de energietransitie en digitalisering is er een volle focus op volumemodellen met vette marges, hoge verkoopkansen en legio mogelijkheden ergens in een hoekje een elektromotor te monteren. Massa is geld en geld is continuïteit voor de fabrikanten. Als je dan een cabrio wilt bouwen, dan wil je als merk vooraf goed kunnen inschatten dat de open versie ook succesvol wordt. Wellicht is dat de achtergrond van de keuze van Volkswagen om de T-Roc Cabrio te introduceren. Vanaf ruim 36 mille belooft Volkswagen je ‘ongetemde vrijheid’ in een SUV-cabriolet. Een niche die maximaal op de SUV-trend inspeelt en wellicht wel de handen van een groot koperspubliek op elkaar krijgt. De tijd zal het leren of de consument van nu zit te wachten op die ongetemde vrijheid.

 

Niet echt beloond

Recent is er op de eerste juli nog een hobbel voor de cabriolet bijgekomen. Althans in Nederland. De WLTP-gebruikscyclus (WLTP staat voor worldwide hormonized light vehicles test procedures) geeft weliswaar een nauwkeuriger opgave van het verbruik en de uitstoot van auto’s, maar kijkt ook naar de exacte cijfers van een specifiek model auto, inclusief de opties die er op deze auto zijn gemonteerd. Het mag duidelijk zijn dat het hogere gewicht en de open kap van cabriolets niet per definitie gunstig zullen zijn voor de verbruiks- en uitstootcijfers. En aangezien in Nederland de BPM-belasting per gram CO2 wordt betaald, zijn de kansen voor betaalbare cabriolets ook met deze meest recente maatregel er niet beter op geworden.

 

En aangezien in Nederland de BPM-belasting per gram CO2 wordt betaald, zijn de kansen voor betaalbare cabriolets ook met deze meest recente maatregel er niet beter op geworden

 

Natuurlijk zullen fabrikanten er alles aan doen verbruik en uitstoot van nieuw te ontwikkelen modellen lager te krijgen, feit blijft dat de cabriolet een aantal eigenschappen heeft die door WLTP niet echt beloond worden. Gewicht, een minder goede stroomlijning en weinig ruimte om een hybride of volledig elektrische aandrijving te herbergen. Ook nu lijkt de nieuwe Fiat 500 weer het slimste jongetje van de klas, want die kun je straks 100% elektrisch én open rijden. Met ook nog eens een lage afdracht aan de overheid.

 

Goedkoop in de zon

Betekent goedkoop cabriolet rijden dan automatisch Fiat 500 rijden? Nu ja, de 500 is samen met de Mini wel één van de aantrekkelijkste modellen die ‘open’ besteld kunnen worden. Daarbij – en meningen kunnen verschillen natuurlijk – ziet de auto er zowel in de laatste jaargang als in de nieuwste elektrische editie goed uit. Je rijdt dus niet alleen lekker in de zon, maar je beweegt je ook in een goed gestylde setting voort. Voor zonaanbidders die iets anders prefereren zijn er nog wel een aantal opties, maar de keuze is niet reuze om het maar eens in een mooie reclameterm uit te drukken.

 

Een goede occasion kan een alternatief zijn bijvoorbeeld. Zeker de Duitse import biedt heel wat mooie open auto’s aan en ook op de Franse website leboncoin.fr is best veel leuk Côte d’Azur spul te vinden. Wil je nieuw en ergens tussen de dertig- en veertigduizend euro klaar zijn dan kun je bijvoorbeeld kiezen voor een Mini of T-Roc in open trim.

 

Nieuw open rijden heeft dus een heel aardige prijs, zeker als je je bedenkt dat je voor dit soort prijzen ook een dikke SUV kan bestellen. De mogelijkheden qua cabrioletmodel zijn beperkt, om het beter te zeggen, aanzienlijk meer gelimiteerd dan 15 jaar geleden op het hoogtepunt van de Coupé Cabriolet trend. Daarnaast kun je met een goedgevulde portemonnee gaan shoppen bij de premium brands of je zinnen zetten op een open old- of youngtimer. Die laatste keuze wil echter niet altijd zeggen dat je dan wel voor acceptabel geld in de zon zit, want de staat van het onderhoud is bij deze categorie auto’s cruciaal. 

 

Wie, kortom, voor weinig geld een open bolide zoekt, doet er goed aan zich breed te oriënteren. Bij veel generalistische merken zal de cabriokoper tevergeefs aankloppen en wat er overblijft aan keuze moet jou qua merkvoorkeur, stijl en rijgedrag ook net een beetje liggen. De customer journey zal derhalve ook nog wel even langs de occasion portals gaan.  Wie in de zomer van 2020 voor weinig geld in de zon wil rijden, heeft misschien wel een overzichtelijk aanbod, maar met het verleden waarin elk merk een cabrio in het assortiment had als referentie, zou de zoektocht toch nog wel eens tijdrovend kunnen worden. Open rijden is namelijk meer dan ooit een luxe geworden, want zelfs die oude Eend met z’n linnen roldakje kost tegenwoordig snel tien mille in euro’s. De zon op je bol mag wat kosten.

 

 

Jos van den Bergh (1973) werkte bijna 20 jaar lang in diverse pr- & communicatiefuncties in de auto-industrie en adviseert tegenwoordig met zijn bedrijf MediaMondo automotive en mediapartijen op het gebied van marketingcommunicatie, PR en media. Voor MarketingTribune volgt hij kritisch de ontwikkelingen in de autowereld. Ook marketing advies nodig? Mail Jos geheel vrijblijvend op jjbergh@gmail.com

Jos van den Bergh

Nieuwsbrief

  • Mis niets! Schrijf je nu in voor de gratis nieuwsbrief.
  • Inschrijven

Word abonnee en ontvang:

  • ✔ 20 keer per jaar MarketingTribune Magazine
  • ✔ Korting tot wel €100,- op events

  • MarketingTribune.nl: presenteert en duidt het brede palet aan ontwikkelingen in het vakgebied marketing.
  • MarketingTribune: meer over marketing en merken