DOSSIER ONDERZOEK Rol onderzoekbureaus verandert

DOSSIER ONDERZOEK Rol onderzoekbureaus verandert
  • Bureaus
  • 16 sep 2022 @ 08:15
  • 16356 x gelezen
  • Link
  • Michiel van Zaane
    Michiel van Zaane

    Allround Redacteur
    BBP Media
  • Onderzoek

De marketingonderzoekswereld is voortdurend in beweging. Na een daling in omzet lijkt de belangstelling voor marktonderzoek nu weer toe te nemen: de omzet stijgt weer en het aantal bureaus neemt toe.

Bovenste rij vlnr: Boj Nefkens van ME Research, Group, Tim Zuidgeest van Unravel Research, Nicole Engels van DVJ Insights
Onderste rij vlnr: Tom van Bommel van Unravel Research, Bram van Schaik van Kantar, Martin Leeflang van Validators

Met de opkomst van internet, de eenvoudige beschikbaarheid van data en nieuwe inzichten verandert de manier van werken van bureaus. Daar zijn de bureaus zelf zich ook terdege van bewust. Bang om overbodig te worden zijn ze niet. ‘Dat is hetzelfde als je afvragen of er nog wel dokters nodig zijn sinds het Google-tijdperk!’

Nicole Engels, Director Center of Expertise bij DVJ Insights is stellig over nut en noodzaak van onderzoeksbureaus. ‘Wij zien door de jaren heen dat er sprake is van een golfbeweging, waarin bedrijven er soms voor kiezen om marktonderzoek intern te beleggen. Wij weten uit eigen ervaring dat ze bijna altijd weer terugkeren naar een samenwerking met een gespecialiseerd marktonderzoeksbureau, dat naast expertise ook snelheid en efficiëntie biedt. Onderzoek gaat echt veel verder dan het ontsluiten van data, vooral omdat marketers aanlopen tegen een overload aan data. Juist het structureren en het interpreteren van data tot waardevolle inzichten blijft de toegevoegde waarde van een onderzoeksbureau.’

Antwoorden uit eigen data
Tim Zuidgeest en Tom van Bommel, oprichters van Unravel Research
, zien dat onderzoeksbureaus niet meer voor alles worden ingeschakeld: ‘Er zijn inderdaad veel vraagstukken die voorheen om een onderzoeksbureau vroegen en die nu - voldoende - met eigen data beantwoord kunnen worden. Met name kortetermijnvraagstukken kunnen bedrijven goed zelf beantwoorden: Wie is de gebruiker van mijn product? Welke e-mail converteert beter? Wat zijn uitstappunten in de customer journey?)’ Maar overbodig zijn de bureaus zeker niet. ‘Zodra we echter meer naar het voorspellen van langetermijneffecten kijken - waar per definitie geen data van is - dan is beschrijvende data uit het verleden niet langer toereikend. Welke invulling van een reclamecampagne zal verkoop en merkvoorkeur positief beïnvloeden? Wat is het werkelijke effect van een prijsverhoging op de vraag naar een specifiek product? Hoe ver vóór een uitstappunt in een website was de eerste irritatie al zichtbaar? Dit zijn stuk voor stuk vragen waar marktonderzoek en in het bijzonder neuromarketingonderzoek van grote waarde is.’

Betere keuzes
Boj Nefkens, CCO ME Research Group
- bestaande uit onderzoeksbureaus Markteffect en DirectResearch - ziet dezelfde verschuiving: ‘Het is onze missie als onderzoeksbureau om marketeers betere keuzes te laten maken. Data is hiervoor cruciaal en door het feit dat er veel meer data beschikbaar is dan vroeger, lijkt het nu laagdrempelig om zonder onderzoeksbureau aan de slag te gaan. We zien dat veel organisaties hiermee bezig zijn en als voorvechter van fact based decision making kunnen wij het verkrijgen van inzichten en het op basis daarvan handelen alleen maar toejuichen.’ De beschikbaarheid van al die data is juist een kans voor de onderzoeksbureaus volgens Nefkens. ‘Als Markteffect zien we de toegankelijkheid van data voor bedrijven zelf juist niet als een bedreiging, maar als een kans. Het blijkt vaak lastig om door alle data nog “het bos te zien” en tot een goede interpretatie en duiding te komen. In de praktijk zien we dan ook dat onderzoek een dermate specialistisch vak is, dat het werken met een onderzoeksbureau in veel gevallen wel wenselijk of zelfs noodzakelijk blijft. Naast de specialistische vakkennis heeft het ook operationele voordelen zoals het snel, makkelijk inzetten van veel capaciteit en het realiseren van schaalvoordelen.’
‘Het is belangrijk verschillen tussen verschillende segmenten, bijvoorbeeld generaties, te erkennen. Dit is natuurlijk iets van alle tijden, echter is dit door de technische ontwikkelingen op het gebied van marketing en media veel persoonlijker te maken. Een one size fits all-strategie is echt verleden tijd. Dat heeft echter wel tot gevolg dat dieper inzicht in de verschillende doelgroepensegmenten qua denken, doen en consumeren cruciaal zijn.’

Broodnodig
Martin Leeflang, CEO Validators
: ‘Onderzoeksbureaus zijn nog broodnodig, maar de rol die ze innemen zal wel veranderen. Door digitalisatie worden simpele onderzoeken steeds meer geautomatiseerd en in die operatie zijn er een stuk minder uren nodig van bureaus. Het onderscheidend vermogen ligt op het expert zijn in methodes en meer relevante informatie uit data halen. De kennis en kunde van bureaus zal omhoog moeten, dan pas bieden ze meerwaarde voor de langere termijn.’
‘Uit onderzoek van Esomar (Users & Buyers Global Insights Study 2021) blijkt dat afnemers met minder budget meer willen doen’, vervolgt Leeflang. ‘Ruim 40 procent van de onderzoeksprojecten doen afnemers zelf, de rest wordt uitbesteed aan bureaus. Simpele, gestandaardiseerde onderzoeken worden zelf gedaan met tools en platformen, complexe studies worden ondergebracht bij bureaus. Een economische crisis kan dit proces zeker versnellen. Validators heeft afgelopen jaren hierop geanticipeerd door nauw samen te werken met de wetenschap - onder andere VU Amsterdam - en door met een eigen development team de complexe methodes in software schaalbaar te maken. Dit is efficiënt, kosteneffectief en toegankelijk voor klanten. En meer relevante data maakt methodes beter.’

Compleet beeld
Volgens Bram van Schaik, Managing Director, Insights Division van Kantar Nederland, is het verzamelen van data maar een klein deel van de werkzaamheden van het bureau. ‘Wij noemen onszelf een data-, insights- en consulting bedrijf. Data verzamelen is maar één van de dingen die we doen. We werken - ook - vaak met bestaande data van Kantar, bijvoorbeeld in de vorm van gevalideerde benchmarks of passief verzamelde data, uiteraard allemaal permission-based, of data van onze klanten. Hierdoor hebben we een compleet beeld van hoe consumenten denken, voelen en handelen over de hele wereld. We leveren gevalideerde inzichten waarvan we kunnen aantonen dat ze bijdragen aan de groei van onze klanten. Op basis van deze inzichten, en onze over de jaren opgebouwde expertise, adviseren we onze klanten zodat zij de juiste beslissing nemen. Uiteindelijk ligt daar onze meerwaarde.’

‘De techniek’
Het verzamelen van data is al lang niet meer de kerntaak van een onderzoeksbureau. In sommige gevallen is het verzamelen van nieuwe data niet eens meer nodig, maar kan ‘de techniek’ (algoritmes, AI, machine learning), gekoppeld aan goede benchmark databases, de antwoorden op vaker voorkomende vragen al voorspellen. Van Schaik (Kantar) legt uit: ‘Technologie verandert veel. Dankzij de kracht van de (benchmark) databases en AI, is het verzamelen van data niet meer voor alle vraagstukken nodig. We kunnen de uitkomsten van veelvoorkomende vraagstukken steeds vaker voorspellen zonder vragenlijst uit te sturen. Het is dus niet meer de vraag wie de beste vragenlijst maakt, maar wie de beste database heeft waar de machine van kan leren.’
‘De techniek is enorm belangrijk. Het biedt ons schaal en voorspellend vermogen. Passieve data spelen een steeds grotere rol. Met passieve technieken die we inzetten, bijvoorbeeld met THX van MeMo2 en bij het Nationaal Media Onderzoek, weten we steeds beter wie met welk mediakanaal (goed) bereikt wordt. Dankzij neuro, bijvoorbeeld facial coding dat we gebruiken in onze pre-tests, kunnen we diepere emoties meten en met AI kunnen we uitkomsten voorspellen. Ervaring, intuïtie of buikgevoel kan je een bepaald idee of een hypothese geven die je vervolgens met techniek kunt toetsen.’

Kwalitatieve inzichten
Ook Nefkens (Markteffect) ziet dat het inzetten van nieuwe technieken tot een andere manier van werken leidt. ‘Het koppelen van databronnen is één van de belangrijkste ontwikkelingen. Voor ons als onderzoeksbureau biedt dit nieuwe kansen. Zo werken we met diverse opdrachtgevers nauw samen door de onderzoekdata te combineren met de beschikbare data van de opdrachtgever om daarmee bijvoorbeeld tot voorspellingen van het gedrag van hun klanten te komen.’
Maar er is meer dan cijfertjes volgens Nefkens. ‘Daarnaast zijn wij als bureau groot voorstander van het combineren van kwantitatieve inzichten met kwalitatieve inzichten. Dus niet alleen focus op het wat en hoeveel, maar net zoveel aandacht voor het waarom en hoe. Deze combinatie zorgt voor inzichten waarmee enorme winst kan worden behaald. Als onderzoekers zijn we vooral marketeers en marketing is uiteindelijk geen exacte wetenschap. Onderzoek kan inzichten bloot leggen en daarmee bijdragen aan het verkrijgen van verschillende puzzelstukjes. Niet alle puzzelstukjes kunnen gelegd worden middels onderzoek.’

‘Kwaliteit onder druk’
Leeflang (Validators) ziet dezelfde technische ontwikkelingen, maar zet ook vraagtekens bij de kwaliteit. ‘Wat echt door begint te dringen in onderzoeksland zijn meer toepassingen op het gebied van AI. Hierbij wordt vooral gekeken naar de mogelijkheden om bestaande data te laten analyseren en hier een algoritme van de maken. De ontwikkelingen gaan steeds verder, maar de kwaliteit staat daarbij wel onder druk. Niet alles is even goed als het lijkt. De ver-Uberisering van de markt is al een tijd gaande, maar nieuw aan de ontwikkeling is dat er meer partijen ontstaan die zich specialiseren in methodes op deelgebieden. Kortom, van een generiek one size fits all naar een expertplatform.’
‘Gelukkig wordt met digitalisatie en algoritmes het analyseren van de data eenvoudiger. Dat helpt bij onderzoek om relevante informatie uit data te halen. Echter, elk merk en bedrijf is anders in strategie en gebruikt daarvoor de uitkomsten anders. Met een methodisch framework en techniek wordt data verzamelen makkelijker. In de zoektocht naar de toegevoegde waarde van data voor je strategie is onderbuikgevoel wel nodig.’
‘Andersom geredeneerd testen we het onderbuikgevoel bij consumenten met onbewuste meettechnieken’ vervolgt Leeflang. ‘Het is bewezen dat commercials die een emotionele snaar weten te raken, effectiever zijn. Consumenten kunnen ze beter onthouden en terugspelen in een aankoopsituatie. Met data over de emotionele beleving van je creatie toets je je onderbuikgevoel, gebruik je het als leidraad voor slimme effectiviteitsbeslissingen.’
Zuidgeest en Van Bommel (Unravel Research): ‘Alles valt of staat met goede techniek. Bij Unravel prijkt letterlijk de slogan Van onderbuik naar onderbouwd op de muur, wat ons streven samenvat om zoveel mogelijk marketingbeslissingen op basis van valide wetenschappelijke data te laten plaatsvinden.’

Verleden tijd
Zuidgeest en Van Bommel zien wel een andere verschuiving. ‘Merken hebben steeds meer door dat hun klanten geen rationele wezens zijn, en dat hun gedrag zich niet zomaar laat voorspellen met bewust uitvragen. De Likert-schalen [waarderingsschaal of gedwongenkeuzeschaal, red.] met koopintentie om de impact van een reclamecampagne of verpakking te testen, zijn echt verleden tijd. In plaats daarvan verschuift marktonderzoek naar het meten van de werkelijke ervaring. Deze grootschalige ontwikkeling kennen we onder de noemer neuromarketing. Unravel viert in 2022 alweer het tiende jaar als bureau dat geheel gespecialiseerd is in deze vorm van onderzoek. Het feit dat in die tijd ook de grote fullservice partijen enige vorm van neuro in hun portfolio hebben ondergebracht, geeft de omvang van deze stroming aan.’

Wetenschap en praktijk bewegen
Engels (DVJ Insights) ziet dat het gebruik van technologie tot een scheiding van de markt leidt. ‘Hierin zien we verschil tussen bureaus die technologie tot einddoel hebben verheven - DIY-oplossingen - en bureaus die technologie gebruiken om de kwaliteit van de insights te verhogen. Bij DVJ Insights gebruiken we AI/machine learning om arbeidsintensieve werkzaamheden van onderzoek te reduceren (coderen/classificeren/analyseren).’
Tegelijkertijd constateert ze dat theorie en praktijk naar elkaar toe groeien. ‘We zien dat de ooit zo gescheiden werelden van wetenschap en praktijk steeds meer naar elkaar toe bewegen. Mede ingegeven door de impact van het EBI (How brands grow), maar meer recentelijk ook door mensen als Binet, Field en Ritson die een brug slaan naar de praktijk. We merken ook dat succesvolle marketeers daar in toenemende mate voor openstaan Wij hechten er als bureau veel waarde aan om wetenschappelijke uitgangspunten op een valide en schaalbare manier in al ons onderzoek te verweven en continue te innoveren.’
Toch speelt intuïtie nog steeds een rol binnen marketing, maar wel gedragen door data, volgens Engels. ‘Het verkrijgen van data is geen doel op zich. Het draait om het combineren en analyseren van de juiste data om te komen tot waardevolle inzichten. Die moeten richting geven aan strategische, tactische en operationele beslissingen. Onze rol als marketingresearch- en analyticsbureau is dat door onze inzichten marketeers beter geïnformeerde keuzes kunnen maken, organisaties beter focus aan kunnen brengen en sneller en duurzamer groeien. En juist dát biedt marketing meer ruimte en tijd voor verdere interpretatie en ook het volgen van je intuïtie.’

Honderd jaar
Naast verschuivingen op technisch vlak ziet Leeflang ook veel inhoudelijke veranderingen ‘Inhoudelijk zijn er veel interessante ontwikkelingen gaande. De marketingwereld heeft honderd jaar gewerkt aan brand metrics op merkbekendheid, voorkeur en overweging, maar in vijf jaar tijd zijn die - op basis van nieuwe inzichten - heel anders geworden. Internationaal wordt gewerkt aan nieuwe inzichten over hoe consumenten te begrijpen en te bereiken. De toepassing hiervan zorgt voor spin-off aan nieuwe methodes en concreter impact voor strategisch gebruik. Zo transformeert Validators met zijn partnership met de Vrije Universiteit van Amsterdam het klassieke merkonderzoek naar meten op marktaandeel. Marketeers sturen graag op marktaandeel en gebruiken die informatie voor hun strategie.’

Verrassende uitkomsten
Ondanks alle techniek, kennis en ervaring die de onderzoeksbureaus hebben opgedaan, worden de bureaus af en toe toch verrast door de uitkomsten van - eigen - onderzoek. Van Schaik: ‘Er worden hier op kantoor wel eens grapjes gemaakt dat er waarschijnlijk een fout in de analyse zit als de uitkomst verrassend is 😉. Maar alle grapjes daargelaten, we hebben wel regelmatig dat we uitkomsten zien die hoger of juist lager zijn dan we hadden verwacht en die ons triggeren. Mooi voorbeeld komt uit de resultaten van Kantars tweede Sustainability Sector Index die net beschikbaar zijn. Daarin zien we dat 56% van de Nederlandse consumenten het heel moeilijk vindt om aan te geven welke producten beter zijn voor het milieu. Dat vind ik dus veel, kennelijk hebben fabrikanten en merken nog veel uit te leggen.’

Andere keuzes
Nefkens: ‘Gelukkig weten we vooraf zelf niet wat de uitkomsten van een door ons uitgevoerd onderzoek zullen zijn, ondanks dat we daar soms wel een gevoel bij hebben vanuit onze kennis en expertise. Wij zijn nieuwsgierig naar elke uitkomst, maar worden daar dus ook regelmatig door verrast. Denk bijvoorbeeld eens aan de verschillen tussen expliciete en impliciete meetmethoden, als we die in een onderzoek combineren. Consumenten zeggen vaak bepaalde dingen aan een product of dienst belangrijk te vinden, maar als je ze voor de keuze stelt welk product of welke dienst ze zouden kiezen, blijken die keuzes nogal eens anders uit te pakken dan je op basis van wat ze zelf zeggen, zou verwachten. Dat wat ze zeggen belangrijk te vinden, is dan wel erg belangrijk voor de manier waarop je over een product of dienst in termen van marketingcommunicatie aandacht besteedt - om aandacht te trekken - maar niet bepalend voor de uiteindelijke keuze die een consument maakt.’

Waarom?
Ook DVJ Insights krijgt nog wel eens andere uitkomsten dan verwacht. Engels: ‘Dat is het mooie van het doen van onderzoek. Marketeers, Insights Managers, maar ook wij aan bureauzijde, zijn enorm betrokken bij de producten en diensten die onze klanten bieden. De gemiddelde consument is daar niet zo veel mee bezig. Daarom is het ook zo belangrijk het “waarom” van de consument centraal te stellen. In ons recente inflatie-onderzoek, uitgevoerd in vijf Europese landen, zagen we zoals we verwachtten dat het onderwerp in alle landen leeft onder consumenten. Maar tot onze verrassing bleek dat de emotionele reacties ten aanzien van inflatie sterk varieerden per land. In Nederland overheerste de boosheid, terwijl in ons buurland Duitsland angst en in het VK zorg de sterkste emoties waren.’

Merken
Leeflang: ‘Als je de positie van merken in de hoofden van consumenten meet, dan word je heel vaak verrast door de uitkomsten van onderzoek. In ons merkonderzoek bijvoorbeeld brengen wij de relevantie en behoeftes van consumenten in kaart ten opzichte van merken en hun concurrenten. Je ziet daarbij hoe merken aan relevantie kunnen verliezen en hoe goed de business value moet zijn om een positie in het hoofd van de consument te krijgen. Meest opvallend is de concurrentie van aanverwante categorieën, zoals sportscholen die concurreren met een museumjaarkaart. Of in automotive, waar Volvo via veiligheid een twee keer hoger marktaandeel pakt als gezinsauto. Wetmatigheden geven elk onderzoek strategische inzichten.’

Regels breken
Zuidgeest en Van Bommel: ‘Vooral in onze reclameonderzoeken worden we steevast verrast. Inmiddels voert Unravel op wekelijkse basis een Multiclient Reclameonderzoek uit, waar merken aan mee kunnen doen. Sommige dingen gaan bijna wetmatig goed en fout. Vertoon een glimlach, en het brein lacht mee. Gevaar zoals een scherp mes of grommende hond roept negatieve emotie op.’
‘Vier van de vijf keer zien we deze best practices bevestigd, maar soms blijkt het tegendeel waar. Vaak is daar dan wel weer een logische verklaring voor: de glimlach die normaal zo goed werkt is onoprecht. Het aloude motto dat je de regels soms moet breken, blijkt dus waar. Er is dus wel degelijk een grote rol weggelegd voor de onderbuik, maar testen is de enige manier om te weten hoe mensen echt iets ervaren.’

‘Marktonderzoek wás terugkijken, nu voorspellen’

Straatonderzoek, schriftelijke vragen of telefonische enquêtes: vroeger was marktonderzoek overzichtelijk. In deze digitale tijden is het benaderen van een groep mensen veel makkelijker, maar marktonderzoek is wel iets meer dan het stellen van vragen. Expertisecenter MOA, dat het allergrootste deel van zowel aanbieders als gebruikers van marktonderzoek vertegenwoordigt, probeert een gids te zijn in het veranderende marketinginsightslandschap.

De laatste jaren neemt de belangstelling voor en het gebruik van onderzoek in Nederland weer toe, mede door het beschikbaar komen van DIY-tools volgens Wim van Slooten, directeur MOA. Zakte de omzet binnen de onderzoeksbranche nog 5 procent in 2020, vooral als een effect van de coronapandemie, het jaar daarop - 2021 - liet een stijging van 10 procent zien. Over het algemeen is er veel vertrouwen in onderzoeksbureaus, maar Van Slooten ziet wel een toename in het gebruik van digitale DIY-tools. Dat is niet per se slecht: ‘Hoe meer onderzoek, hoe beter. Voor ingewikkelde onderzoeken, bijvoorbeeld naar positionering, worden toch vaak bureaus ingeschakeld. DIY-tools worden vaak gebruikt voor quick and dirty onderzoek.’

Gedragscode
Van Slooten constateert dat er ook meer – kleine - onderzoeksbureaus zijn dan vroeger, waarvan een deel van oorsprong niet uit de branche komt. Soms twijfelt hij of alle nieuwkomers zich wel bewust zijn van de gedragscode. ‘Wij werken al vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw met een strenge gedragscode. Zijn de nieuwkomers zich wel bewust van de regels? Zeker bij bureaus met een IT-achtergrond heb ik daar soms twijfels bij. Bedrijven zouden zich meer moeten laten toetsen. Je kunt niet elke aanbieder op zijn blauwe ogen kwalificeren.’
Zeker als het gaat om het gebruik van AI kan de MOA bij die toetsing een belangrijke rol spelen, stelt Van Slooten. ‘In Brussel wordt nu gewerkt aan normen voor het ontwikkelen en toepassen van algoritmes voor AI. Wij kunnen een rol spelen bij het opstellen van een kader voor normen, maar zeker ook bij een toetsingskader. Daarom komt er in september een keurmerk voor algoritmes, waarin de ethiek en de juridische aspecten van algoritmes worden vastgelegd.’
MOA wil daarin een belangrijke rol spelen om te voorkomen dat er een wirwar van verschillende normen ontstaat, volgens Van Slooten. ‘Er ligt ook een rol voor MOA om de haken en ogen duidelijk te maken. Wij pleiten voor een centrale instantie, een platform om normen vast te stellen en eventueel aan te passen, naar voorbeeld van de ISO.’ Dit zou volgens Van Slooten de MOA moeten zijn.
Tegelijkertijd groeit de behoefte aan (basis)kennis over het vak. ‘In 2004-2005 verdween de basisopleiding Marktonderzoek. We merken dat er groeiende behoefte is aan die basiskennis, omdat steeds vaker onderzoek wordt gedaan door generalisten in plaats van specialisten. Daarom is de opleiding nu weer terug. Maar ook voor bijvoorbeeld de MOA-Nima Masterclass Marktonderzoek groeit de belangstelling. Voor een kenniscenter als het MOA ligt hier een belangrijke taak om die kennis te behouden en te delen.’

Traditioneel onderzoek aanvullen
Een andere verandering in het toch al immer veranderende onderzoekslandschap is het verdwijnen of samengaan van traditionele onderzoeksafdelingen. ‘We zien dat een marktonderzoek steeds meer wordt aangevuld met passieve data. Dat kunnen interne bronnen of data zijn. Als je een onderzoek begint moet de eerste vraag dan ook zijn: welke data is al aanwezig? Soms is een vragenlijst dan niet meer nodig. Veel bureaus hebben zich verbreed met econometristen. In het verleden keek marktonderzoek terug, nu vooral vooruit. Nieuwe technieken moeten onderdeel uitmaken van ons vak. En het vak is niet – alleen - het verzamelen van data, maar met name ook het analyseren van die interne en externe data en aan de hand daarvan advies geven.’

Toekomst
Voor de toekomst ziet Van Slooten een groeiende rol van datascience en -analytics bij marktonderzoek. ‘Die komen uit andere disciplines dan marktonderzoek. ICT biedt steeds meer mogelijkheden. Omdat er zoveel data beschikbaar is, moet je al voor het eigenlijke onderzoek bepalen hoe je je onderzoek insteekt, dus een onderzoek vóór het onderzoek. Waar verschillende disciplines, zoals datascience, analytics en research bij elkaar komen, wordt het dan mogelijk om met een one voice policy advies te komen in de boardroom.’

Dit artikel verscheen eerder in MarketingTribune 13/14, 2022.

Michiel van Zaane

Nieuwsbrief

  • Mis niets! Schrijf je nu in voor de gratis nieuwsbrief.
  • Inschrijven

Laatste reacties

Word abonnee en ontvang:

  • ✔ 20 keer per jaar MarketingTribune Magazine
  • ✔ Korting tot wel €100,- op events

  • MarketingTribune.nl/bureaus biedt nieuws, achtergronden en analyses over alle actuele ontwikkelingen binnen het reclamevak en de media (off- en online) die daarin worden ontwikkeld.
  • MarketingTribune: meer over marketing en merken