[column] Brandr 5: De invloed van nieuwe energiebronnen

[column] Brandr 5: De invloed van nieuwe energiebronnen
  • Algemeen
  • 14 jan 2021 @ 10:48
  • 17495 x gelezen
  • Link
  • Giep Franzen
    Giep Franzen


  • MarketingOnderzoekStrategie

Terug naar de basis van het vak: dat begint bij de oorsprong van marketing. Je leest hierover exclusief op MarketingTribune.nl in de merkkroniek 'Brandr', het daverende slotakkoord van professor Giep Franzen.

De industriële revolutie werd mogelijk gemaakt door het ter beschikking komen van nieuwe energiebronnen, met name stoomkracht en later elektriciteit.

Eeuwen lang was men afhankelijk geweest van wind- en waterkracht en van hout en turf, waarbij hout tot houtskool werd verbrand dat vervolgens werd gebruikt om ijzer te smelten. In het midden van de negentiende eeuw begon het gebruik van kolen van betekenis te worden, aanvankelijk uit ondiepe lagen, maar na de uitvinding van de waterpomp uit steeds dieper liggende mijnen. 

4.1 De stoommachine
De ontwikkeling van de stationaire stoommachine heeft een enorme invloed gehad op de industriële revolutie. Hoewel de potentiële kracht van stoom al bij de oude Grieken bekend was, heeft het tot 1698 geduurd voor een eerste poging werd ondernomen tot een industriële toepassing. Thomas Savery construeerde een waterpomp op stoomkracht, die gebruikt kon worden om het water in de mijnen omhoog te pompen. De pomp had echter slechts een kracht van 1pk en was alleen geschikt voor kleinere toepassingen; bij grotere afmetingen dreigde explosiegevaar.

De eerste echt succesvolle stoommachine werd in 1712 door Thomas Newcomen ontwikkeld. Deze leverde 5pk waarmee water van grotere diepten omhoog gepompt kon worden. Maar de naam die het meest met stoommachines geassocieerd wordt, is toch die van James Watt. In 1778 slaagde deze erin zijn stoommachine zo te perfectioneren, dat deze toegepast kon worden om roterende machines en molens aan te drijven. De meeste stoom-machines produceerden nu 5-10pk. Ze maakten de industriële revolutie mogelijk. Doorgaans wordt 1760 als beginjaar ervan aangemerkt.

In 1804 werd de eerste stoomlocomotief geconstrueerd, door Richard Trevithick in Engeland. In 1830 reed een stoomtrein met een snelheid van 50 km/uur over de eerste spoorlijn van de wereld, eveneens in Engeland. Negen jaar later reed de eerste stoomtrein van Amsterdam naar Haarlem. 


(bron: Machinemuseum.nl)

Rond 1850 vond de stoommachine in Nederland toepassing voor de bemaling van polders. In 1896 werd 41 procent van het polderland nog bemalen met windmolens (Osterhammel, 2014). 

In 1803 was de eerste stoomboot gebouwd die geschikt was voor goederenvervoer op rivieren en kanalen. In 1816 stak de eerste stoomboot het Kanaal over, in 1819 gevolgd door de eerste oversteek over de Atlantische Oceaan. Door de opening van het Suezkanaal in 1869 werd goederentransport over grote afstanden mogelijk.

Het spoorwegnet breidde zich uit naar andere steden. Wegen werden verhard en er werd een kanalennet gegraven. De economie van Engeland groeide, een kleine eeuw later gevolgd door die in Nederland. 

4.2. Aardolie
De geschiedenis van aardolie (petroleum) gaat terug tot de eerste eeuwen van onze jaartelling, toen het gewonnen werd bij o.a. Babylon, en in China in 347 na Christus (Wikipedia: History of petroleum). Maar de moderne geschiedenis van petroleum begon in de tweede industriële revolutie, toen James Young in 1847 in Derbyshire een olie bron ontdekte en een begin maakte met de raffinage ervan, in 1861 gevolgd door de eerste Russische raffinaderij in Baku. Edwin Drake had een oliebron ontdekt bij Titusville in Pennsylvania. Vaak wordt dit gezien als het begin van de olie-industrie. In 1860 slaagde de belg Jean Joseph Etienne Lenoir in de ontwikkeling van de interne verbrandings motor, die in 1866 door Karl Benz toegepast werd voor de aandrijving van de eerste automobiel. Het zou de basis vormen van een ontembare groei in de toepassing van aardolie. De Amerikaan Sammuel Kier had in 1855 de oervorm van aardolieraffinage ontwikkeld, waarbij de olie werd omgezet in een verscheidenheid van componenten. Het bleek een mengsel te zijn van 200 tot 800 verschillende stoffen.die de basis zouden vormen voor een omvangrijk petrochemische industrie, waaruit onder andere plastics zouden ontstaan. De eerste ervan was cellulosenitraat (celluloid), al uitgevonden in 1860 en in 1889 door George Eastman toegepast voor het maken van fotorolletjes. In 1909 vond de Belg Leo Bakeland fenolhars uit, dat hij 'Bakeliet' noemde. 

4.3   De opkomst van elektra
Maar stoomkracht had ook zo z’n nadelen: het liet zich moeilijk verplaatsen en kon niet door iedereen gebruikt worden. Dus werd er doorgezocht naar een praktischer alternatief. Dat kwam van Michael Faraday die in 1831 de dynamo uitvond, in 1832 gevolgd door de elektrische generator. In het midden van de 19e eeuw kwamen de eerste industriële toepassingen van elektriciteit tot stand. Rond 1880 werd het op grote schaal opgewekt en na de uitvinding van de elektrische motor in 1870 vooral toegepast voor de aandrijving van machines. Nadat Thomas Edison in 1879 de gloeilamp had uitgevonden duurde het toch geruime tijd voor deze in Engeland op grote schaal werd toegepast. Gebouwen, huizen en straten werden immers naar tevredenheid verlicht door middel van gaslampen en de aanleg van een elektriciteitsnet was een kostbare aangelegenheid. De overgang van stoomkracht naar elektra voltrok zich daardoor eerder in Duitsland en de V.S. die zo een voorsprong konden opbouwen ten opzichte van Engeland.


(bron: Machinemuseum.nl)

In 1882 werd in New York een commercieel systeem in gebruik genomen, dat door Thomas Edison tot stand gebracht was, en dat stroom leverde aan drieduizend lampen. Edison ontwierp generatoren, verbindingsdozen, zekeringen, fittingen en alles wat nodig was om het systeem te laten functioneren. Gasverlichting bleef nog wel een tijd algemeen in gebruik, maar een revolutie was in gang gezet. In 1915 verschenen wolfraamlampen die een mooi wit licht verspreidden. Aan het einde van de 19e eeuw werden grote hoeveelheden hydro-elektrische kracht over grote afstanden verspreid. Ook werd instant-communicatie over grote afstanden mogelijk.

Het gebruik van elektriciteit nam met grote sprongen toe en verving de oudere stoom- en gas toepassingen. Steeds meer mensen kregen toegang tot elektriciteit, voor de verlichting van hun huizen en de aandrijving van hun apparaten en machines. Fabrieken werden verplaatst naar strategische gebieden, waar goedkope arbeidskrachten beschikbaar waren. En er ging een sterke stimulans uit naar de ontwikkeling van nieuwe technieken en productiemiddelen. De tweede industriële revolutie was goed op gang gekomen.

Wordt over twee weken vervolgd in Brandr 6.

Giep Franzen


* eindredactie: Peter van Woensel Kooy, met dank aan Swocc
* ontwerp tabel: Esther Scheide (vrouwtjevanpapier.nl)

Aanstaande MarketingTribune (print editie, MT2) heeft als thema: 'Marketing: back to the basics'. Klik hier voor een eigen abonnement en blijf voortaan volledig bij.



De hei pal om de hoek van Gieps Hilversumse huis waar hij vaak wandelde, peinsde en eindeloos nadacht over 'het merk'

* klik op onderstaand 'profiel' van Giep en zie alle reeds gepubliceerde delen van Brandr chronologisch op een rij of raadpleeg de lijst hieronder.

Archief: lees hier alle delen van Brandr terug
Brandr 1: De introductie van een merkkroniek
Brandr 2: Merken gedefinieerd
Brandr 3: De geschiedenis van merken
Brandr 4: Het ontstaan van massaproductie en massaconsumptie

Giep Franzen

Nieuwsbrief

  • Mis niets! Schrijf je nu in voor de gratis nieuwsbrief.
  • Inschrijven

Word abonnee en ontvang:

  • ✔ 20 keer per jaar MarketingTribune Magazine
  • ✔ Korting tot wel €100,- op events

MarketingTribune Events


  • MarketingTribune.nl: presenteert en duidt het brede palet aan ontwikkelingen in het vakgebied marketing.
  • MarketingTribune: meer over marketing en merken